Buckfast logo

 

Introductie van Keld Brandstrup

Keld Brandstrup, koninginnenteler

Keld Brandstrup
Keld Brandstrups lange en succesvollle carrière als bijenhouder begon in het begin van de 80er jaren. Hoewel hij als een enthousiast vrijetijdsimker is begonnen, is deze activiteit sindsdien uitgegroeid tot uiterst professionele imkerij.

Vandaag bezit Buckfast Denmark 400 totr 500 volken en jaarlijks worden er 25-30 ton honing geproduceerd.

Een langdurige samenwerking met broeder Adam van de abdij van Buckfast, vroeg in zijn carrière , gaf Keld een intense belangstelling in het telen van koninginnen.Als gevolg daarvan is de koninginnnenteelt de voornaamste activiteit van het bedrijf. Zijn koninginnen, welke volgens de principes van broeder Adam worden geteeld, zijn door imkers, universiteiten en onderzoekers over de gehele wereld gewild.

Keld Brandstrup bekleedt een aantal functies Bij Deense en internationale organisaties van bijenhouders. Hij is lid van de Deense Honing Raad en voorzitter van de Deense Vereniging van Commerciële Bijenhouders.

In zijn vrije tijd is hij bijeninspecteur en teeltconsultant voor een aantal bijenhouders en bijenteeltorganisaties over de hele wereld.

Keld Brandstrup heeft vele jaren de wereld rondgereisd op zoek naar bruikbaar teeltmateriaal. Hij is meer dan gelukkig wanneer hij zijn uitgebreide ervaring en kennis van de combinatieteelt en koninginnenteelt met andere imkers kan delen, in het bijzonder wanneer hij buiten het seizoen rondreist en lezingen geeft. Zoals hij pleegt te zeggen: "Bijenhouden is een kwestie van delen".

Keld Brandstrup (geboren in 1954) heeft 2 kinderen van zijn eerste vrouw Jette Britt Nielsen. Zij is in 2005 gestorven. Jette was ook een ervaren overlarver en werkte vele jaren in het bedrijf mee. Keld woont nu samen met Cristina Simonsen.

Introductie van Mogens Mundt

Mogens Mundt, koninginnenteler

Mogens Mundt
De magie achter de Buckfastbij is heel eenvoudig-de kwaliteit en haar eigenschappen zijn weergaloos. De beste Buckfastkoninginnen worden geteeld wanneer alle onderdelen van het teeltproces optimaal funtioneren. Dit is de voortdurende uitdaging waar de koninginnentelers van Buckfast Denemarken voor staan.

Mogens Mundt legt uit: "sinds ik gefascineerd raakte in het telen van bijen, heb ik mijn werk steeds op één ethisch principe gebaseerd: ik wil slechts voor die volken zorgen die het ook waard zijn om voor te zorgen. Dit is dè uitdaging waar ik me als imker sterk voor maak."

Mogens Mundt is 38 jaar oud en heeft op professionele basis meer dan 14 jaar met bijen gewerkt. Het imkeren gaat eigenlijk enkele generaties in de familie terug.Bijen hebben altijd een rol in Mogens leven gespeeld. Zijn vader was imker en vanwege deze familierelatie leerde Mogens de kunst van het bijenhouden. Geleidelijk werd de passie voor het bijenhouden sterker en nam het aantal volken toe.

Door een samenwerking met Keld Brandstrup heeft Mogens zich naast kennis in de genetica van de honingbij ook de bekwaamheid om belangrijke eigenschappen toe te voegen verschaft.

Over het algemeen zijn zachtaardigheid, raatzit, zwermtraagheid, raatbouw, de vorm van het broednest, het gebruik van propolis en hygiënisch gedrag allemaal belangrijke eigenschappen welke in een volk aanwezig moeten zijn wil het als potentieel teeltvolk worden geselecteerd.

"Een beroepsimker moet de de vaardigheid hebben om een volk door te lichten en moet zich snel een oordeel vormen over de gezondheidstoestand van het volk", zegt Mogens.

"Hier bij Buckfast Denmark is onze produktie beperkt tot het aantal koninginnen, waarvan wij de kwaliteit kunnen garanderen. Wij willen slechts de allerbeste koninginnnen voor onze klanten, wij doen geen toezeggingen op het punt van de kwaliteit."

Samen met hun twee kinderen wonen Mogens en zijn vrouw Lisbeth op de oude familieboerderij bij het dorp Stenlille op het eiland Sjaelland. Van de 18 hectare welke bij de boerderij horen wordt veel gebruikt als bos en zijn er ter bevordering van de biodiversiteit twee aangelegde waterpoelen.

Vrije tijd? Wat is dat? Als jongeman was hij een hartstochtelijk voetballer maar tegenwoordig als hij zich moet ontspannen, gaat hij vissen. Meestentijds houdt hij ervan om buiten te zitten en luistert hij naar de geluiden van het bos.

Bror Adams erfenis

Broeder Adam (Karl Kehrle)

Introducing Brother Adam alias Karl Kerle
Karl Kehrle (alias “Broeder Adam”) werd geboren op 3 augustus 1898 in Mittelbiberach, Duitsland en overleed op 1 september 1996 te Buckfast, Devonshire, Engeland, Verenigd Koninkrijk. Hij was Benedictijner monnik, imker en een autoriteit op het gebied van de bijenteelt en de schepper van de Buckfastbij. ”Hij praatte tegen zijn bijen en aaide hen zelfs. Hij behandelde zijn volken met een zodanige rust, dat de gevoelige bijen volgens degenen die hem aan het werk zagen dit beantwoordden.(The Economist de 14e september 1996)

Vanwege zijn gezondheidsproblemen werd hij door zijn vrome katholieke moeder op 11 jarige leeftijd vanuit Duitsland naar Buckfast Abbey gezonden, waar hij toetrad tot de Benedictijner orde (onder de naam broeder Adam). In 1915 werd hij tewerkgesteld in de imkerij. Twee jaar eerder had een parasiet een tracheeënmijt (Acarapis woodii) zich over het gehele land verspreid en de bestaande populatie inheemse bijen uitgeroeid. De mijt bereikte in 1916 de abdij en verwoestte 30 van de 46 bijenvolken. Slechts de carnica en de ligustica volken overleefden.

Hij reisde naar Turkije om vervangers te vinden voor de inheemse bijen. In 1917 creëerde hij zijn eerste Buckfast lijn, een zeer productieve lijn welke resistent was tegen de tracheeënmijt. Op 1 september 1919, na de pensionering van broeder Columban, werd hij belast met de leiding van de imkerij op de abdij. Na een zoektocht naar een geschikte locatie voor de bijenvolken, richtte hij zijn beroemde teeltstation op de Dartmoor heide in, een geïsoleerde plek teneinde geselecteerde en gecontroleerde kruisingen te kunnen maken. Het station is nog steeds in gebruik. Vanaf 1950 tot een tiental jaar geledenging broederAdam door met het geleidelijk verbeteren van de Buckfast bij middels kruisingen met andere rassen afkomstig uit Europa, het Nabije Oosten en Noord Afrika.

In 1964 werd hij gekozen tot bestuurslid van de Bee Research Association, de latere Internationale Bee Research Association. Hij ging door met het bestuderen van de Buckfast bij en ondernam in de jaren 70 diverse reizen. Hij ontving verschillende onderscheidingen, zoals de Orde van het Britse Rijk (1973) en het Bundesverdienstkreuz (1974). OP 2 oktober 1987 werd hij benoemd tot doctor honoris causa van de Zweedse landbouwuniversiteit tijdens zijn zoektocht naar de bij van de Kilimanjaro in Tanzania en Kenia. Het raakte hem diep. Hij zag het als de officiële erkenning van het wetenschappelijke karakter van zijn onderzoek.

Twee jaar later ontving hij een eredoctoraat van de universiteit van Exeter. Op 2 februari 1992, 93 jaar oud trad hij terug als leider van de imkerijop Abbey Hij kreeg toestemming om enkele maanden bij zijn nicht door te brengen in zijn geboortedorp Mittelbiberach.

Vanaf 1993 leefde hij een teruggetrokken leven op de abdij en hij was op enig moment de oudste monnik van de Benedictijner orde in Engeland. In 1995 verhuisde hij naar een dichtbij gelegen verpleeghuis alwaar hij op 1 september 1996 overleed.